Doorkijkje

Allereerst voor iedereen een voorspoedig 2017 vol liefde en geluk.

De vraag die ik het afgelopen jaar het meest heb gekregen was: "maar wie komt er nu eigenlijk naar een filosofische praktijk"? En als tweede: "wat voor vragen hebben de mensen die op jouw praktijk af komen"? Daar heb ik dan meestal wel een antwoord op. Met name over de aard van de gesprekken, dat zijn allemaal onderzoeksgesprekken. En dat ik vooral fungeer als denkhulp, niet als therapeut.

Gaande het jaar leek het me toch dat er meer duidelijkheid zou moeten komen ten aanzien van het soort vragen dat ik tegenkom. Dus voor dit jaar heb ik me voorgenomen om regelmatig een verhaal over een klant te vertellen via deze blog zodat men meer inzicht in mijn praktijkperikelen krijgt. De verhalen zijn zodanig aangepast dat herkenning van personen louter op toevalligheid berust.

Een vrouw van 34 bezoekt de praktijk met de volgende vraag: "moet ik van baan veranderen of juist niet"? Ze slaapt slecht, wordt midden in de nacht wakker en ligt dan te malen over haar werk. De eerste keer spreken we over haar worsteling en ik leg haar vooral uit dat ik haar ga helpen in haar denkproces. Verheldering probeer te brengen. Maar dat de verheldering vooral van haarzelf zal moeten komen en dat ik haar daarbij zal helpen. Ik leg haar uit dat we volgens de tetractys methode zullen werken. Deze methode komt origineel van Plato en is door de filosoof Jos Kessels geperfectioneerd. Het wordt ook wel een kralenspel genoemd. Herman Hesse schreef er in de vorige eeuw een heel boek over (Das Glasperlenspiel). Ik benadruk een paar keer dat ik geen oplossing voor haar zal zoeken en dat zij op zoek gaat naar een idee en dat ik haar gedachten en woorden structureer. Een idee waar zij mee verder kan. Het mooiste wordt het als zij een beeld krijgt bij haar idee. Daar gaat zij mee akkoord.

Aan het eind van ons eerste gesprek geef ik haar als opdracht een eerste vraag mee.

Tijdens ons tweede gesprek vertelt zij mij, aan de hand van de eerste vraag, dat zij 3 jaar bij een advocatenkantoor werkt waar zij tot een jaar geleden, met veel plezier als advocaat werkte. Een jaar geleden werd er een nieuwe collega, ook advocaat, aangesteld op haar afdeling. De nieuwe collega heeft hetzelfde werkgebied en aast ook op een partnerschap. Mijn klant voelt zich bedreigd omdat haar collega via roddels probeert haar onderuit te halen. Omdat de collega zeer geraffineerd te werk gaat, lukt het mijn klant niet tegengas te geven. En ze wil niet overgaan tot tegenroddelen zoals zij dat zelf noemt. Na dit hele verhaal vraag ik haar de kwestie in zo min mogelijk woorden samen te vatten. Dat kost best moeite maar het lukt.

Daarna gaan we verder met de volgende vraag. Wat is eigenlijk de vraag precies? Waar zit hem het hittepunt? We praten over haar ideaalbeeld, over angsten en langzaam maar zeker pellen we de kwestie af en leggen het kralenspel. Aan het eind van het gesprek krijgt mijn klant steeds een vraag mee. We hebben hiervoor meerdere afspraken nodig en toetsen steeds of we de essentie niet uit het oog verliezen. Na 4 afspraken komt mijn klant er achter dat zij veel meer handelsmogelijkheden tot haar beschikking heeft dan ze aanvankelijk dacht. Haar denken omtrent deze kwestie is behoorlijk opgerekt waardoor zij niet meer hoeft te tobben. Een idee ontstaat. Het beeld vinden is moeilijk maar lukt haar wel: ze noemt haar beeld een doorkijkje. Alsof ze opeens met haar hoofd door het gat naar buiten kijkt en veel meer ziet dan daarvoor.

Na onze bijeenkomsten heeft ze besloten om als eerste

met 1 van de partners te gaan praten om te kijken of er een andere afdeling voor haar te vinden is binnen de praktijk waar ze geen last heeft van de desbetreffende collega, wel bij deze club kan blijven maar niet meer wakker hoeft te liggen. Ik ben benieuwd of ik nog eens van haar terug hoor.